Welk speeltype is je kind?

opvoeding02-04-2014 | 196 x bekeken | 0 reacties
bloemenmandala.jpg

Onderschrift

Vier speeltypen?

Voor een kind van 4 dat opgaat in zijn doen-alsof-spel, is een trapauto, een poppenservies of een keukentje een prima cadeau. Een bordspel met ingewikkelde regels is minder geschikt - daar is een kind van die leeftijd verstandelijk simpelweg nog niet aan toe. Maar naast te kijken naar de speelontwikkeling, kan ook rekening worden gehouden met de aard van het kind en de manier waarop het speelt.

Om het wat overzichtelijker te maken, onderscheidt speelgoeddeskundige Marianne de Valck vier speeltypen:

 

Rauwers, douwers, bouwers en schouwers

Een rauwer is een doener, wil actie en heeft vooral oog voor grote lijnen. Een rauwer heeft ruimte nodig, is snel enthousiast maar kan zich moeilijk lange tijd concentreren. Rauwers maak je niet blij met fröbelspul als ministeck; groot, actief en kortdurend speelgoed is wel aan hen besteed. Speelgoed dat direct reacties geeft (pistooltjes, een microfoon), speelgoed waarmee ze nadrukkelijk aanwezig zijn en kunnen laten zien wat ze in huis hebben, en speelgoed waarmee ze kunnen sjouwen, klimmen en geluiden maken.

Douwers zijn uitvinders, puzzelaars. Ze kunnen moeite en geduld opbrengen en gaan langer door. Ze zijn origineel, kunnen goed zelfstandig spelen en willen alles leren en begrijpen. Typisch speelgoed voor een douwer zijn spelletjes waar strategie en inzicht voor nodig zijn. Ook speelgoed met veel mogelijkheden zal hen bekoren, evenals speelgoed dat hen uitdaagt tot onderzoek en uitproberen.

Schouwers gebruiken al hun zintuigen en zijn gericht op details en uiterlijkheden. Ze houden ervan te dromen en te fantaseren, genieten van emoties en zijn vaak introvert. Schouwers zijn graag creatief met bijvoorbeeld kralen of schmink, speelgoed dat zacht, mooi, lief is of muziek maakt.

Bouwers zijn ondernemers, regelaars. Ze zijn sociaal, praktisch en inventief: alles is bruikbaar om mee te spelen. Ze maken graag afspraken en regels. Resultaten zijn belangrijk voor bouwers. Ze houden er van verhalen na te spelen. Daarom is een kassa, een telefoon of een kist met verkleedkleren prima speelgoed voor hen.

De verdeling is globaal, benadrukt De Valck met klem. ‘Geen kind is natuurlijk hetzelfde. Toch kan deze verdeling een prima hulpmiddel zijn bij het kopen van speelgoed.’

Basisstukken
Elk gezin moet beschikken over een aantal basisstukken speelgoed, vindt Lisette van der Poel. ‘In ieder huishouden dienen blokken aanwezig te zijn, verf en potloden, knutselspullen, een bal, Playmobil of Lego omdat dat zo veel mogelijkheden heeft, een paar gezelschapsspellen, autootjes - ook als er alleen meisjes zijn - en een pop en een servies - ook als er alleen jongens zijn.’

Daarnaast adviseert Marianne de Valck om rekening te houden met de ‘schijf van vijf’, die bestaat uit creatief speelgoed, constructief speelgoed, sociaal speelgoed, cognitief speelgoed en motorisch speelgoed. In welke mate ouders dat aanschaffen, ligt weer aan de aard van hun kind; maar als alle vijf soorten speelgoed voor handen zijn, zorgen ze in elk geval voor veelzijdigheid.

Speelgoed per type
Rauwers, douwers, schouwers en bouwers houden elk van ander speelgoed, hoewel er bepaalde spullen zijn waar ze allemaal mee uit de voeten kunnen. Een bal bijvoorbeeld. De rauwer schopt of gooit een bal zo hard hij kan, de douwer doet graag kunstjes (jongleren, hooghouden), de schouwer is gefascineerd door de print, de kleuren en de beweging van een bal en de bouwer formeert direct een elftal om leiding te geven.

Laat ze een bal kiezen, en de rauwer kiest voor een grote, stevige bal, de douwer voor een bal met bijzondere mogelijkheden (jongleerballen, bal met stekels), de schouwer kiest een mooie, zachte, aparte bal en de bouwer maakt het niet uit, die kan met elke bal uit de voeten.?l Speelgoed voor rauwers: trampoline, constructiespeelgoed ?met snel resultaat als K’nex, tafeltennistafel, skeelers, ?microfoon, basketbal + netje

- Speelgoed voor douwers: strategiespelen als Monopoly, Stratego of Kolonisten van Catan, goocheldoos, Memory, ?constructiespeelgoed waar meer geduld voor nodig is als ?(technisch) Lego, knutseldoos, puzzel

- Speelgoed voor schouwers: muziekdoosje, klei, kleine ?poppetjes of figuurtjes, kralen, schmink, Ministeck

- Speelgoed voor bouwers: poppenkast, verkleedkleren, ?speeltent, telefoon, kassa om winkeltje te spelen, keukentje

Hypes
Het is lastig omgaan met hypes. Soms kan het goed zijn voor een kind mee te gaan in een hype, bijvoorbeeld als het niet zo stevig in zijn schoenen staat en een extra duwtje nodig heeft.

Toch kunnen ouders - zeker aan een iets ouder kind - ook best uitleggen waarom ze niet aan een tijdelijke (en soms kostbare) rage willen meedoen. Kinderen moeten immers leren dat ze niet álles kunnen krijgen.

Tips
- Overdaad schaadt: te veel speelgoed leidt tot verveling - door al het aanbod kunnen kinderen niet meer kiezen. Bovendien wordt hun spel vluchtig: ze hebben het idee dat ze met alles moeten spelen. Maak zelf een selectie en berg de helft van het speelgoed tijdelijk op.

- Het is beter jonge kinderen meerdere cadeautjes te geven met sinterklaas of kerst in plaats van één groot cadeau. Voor hen is kwantiteit nog belangrijker dan kwaliteit, en als ze zien dat er voor hun broer of zus een grote stapel pakjes ligt, kan dat leiden tot jaloezie en boze buien. Het gaat hierbij overigens niet om het bedrag dat u besteedt, pak kleurpotloden desnoods per stuk in. Dan lijkt het vanzelf meer.

- Wat leuk speelgoed is, is voor elk kind verschillend. Speelgoed doorschuiven naar jongere broers en zussen hoeft dus niet per se succesvol te zijn.

- Wees praktisch: is er wel ruimte om die racebaan neer te zetten? En een gezelschapsspel dat bij een vriendje verslavend werkt, kan thuis op een fiasco uitlopen omdat de rest van het gezin helemaal niet van spelletjes houdt.

- Kinderen vinden het geweldig als hun ouders meespelen of meedoen aan een spelletje, zeker als die ook nog eens verliezen.

- Bevestig kinderen in hun spel, met: ‘Wat ben je heerlijk aan het spelen’ of: ‘Dat ziet er spannend uit!’

- Neem een kind nooit mee de speelgoedwinkel in om zelf zijn cadeau te kiezen - dat geeft te veel druk. Beter is om bij de verjaardag van een vriendje samen op pad te gaan, en dan subtiel te vragen wat het kind zelf graag zou willen hebben als het nu jarig zou zijn.

- Speelgoed uitproberen zonder het meteen te hoeven kopen? Een speelotheek kan uitkomst bieden. Zie www.speelotheken.nl

Meer weten?
‘Speelboek, eerste hulp bij het leuk houden ?van spelen’, dor Marianne de Valck, uitgeverij SWP-books, ISBN 9066655739

 

Reageren
Realisatie: Ginolica | Oplossingen voor het web